Goed nieuws over zure regen


In de jaren tachtig van de vorige eeuw hadden we een groot probleem: zure regen. Zwaveldioxide en stikstofdioxide uit uitlaatgassen van auto’s en zware industrie en ammoniak afkomstig uit de mest van vee kwamen in de lucht terecht en zorgden voor verzuurde regen. Rond 1982 luidden wetenschappers de noodklok: als er niet snel werd ingegrepen, zouden bossen massaal afsterven. In de pers kreeg dit verhaal veel aandacht. De aftakeling van bomen bleek al goed zichtbaar. Het publiek hoefde daarom nauwelijks van de noodzaak van maatregelen overtuigd te worden. Regeringen steggelden niet over wie in welke mate schuld had aan het probleem: iedereen besefte dat alle Europese landen zowel schuldig als slachtoffer waren. In Nederland en andere Europese landen werden snel stevige maatregelen genomen. De loodvrije benzine werd ingevoerd voor auto’s. Veehouders werden verplicht de uitstoot van ammoniak terug te dringen. Elektriciteitscentrales, raffinaderijen en andere zware industrieën moesten luchtzuiveringsinstallaties aanbrengen. Het beleid was een succes. Binnen tien jaar was het probleem grotendeels opgelost; de bossen herstelden zich.

Als we dit toen konden, kunnen we dan nu ook de opwarming van de aarde tegenhouden? Helaas is dit wel wat ingewikkelder. De klimaatverandering is nog groter en duurder om op te lossen. De opwarming van de aarde heeft een grotere traagheid dan zure regen: het is minder snel bij te sturen. Bovendien is het geen regionaal, maar een wereldwijd probleem. Er zijn dus nog meer landen bij betrokken, met een grote diversiteit aan middelen en prioriteiten. Daarbij komt dat er nog minder dan bij zure regen een directe relatie is tussen de inspanningen die je doet om het probleem te verhelpen en de mate waarin je daar zelf van profiteert. En, tot slot, het probleem is (nu nog) minder zichtbaar dan de dode bossen van 35 jaar geleden.

Maar het voorbeeld van de zure regen stemt toch hoopvol. Het laat zien dat als iedereen het probleem en de urgentie ervan begrijpt, we tot snel en adequaat handelen in staat zijn. In die zin ligt de sleutel tot oplossing van het klimaatprobleem misschien bij meer en betere communicatie. Dat zou toch mogelijk moeten zijn?

Wat is een mens?


We weten intuïtief wel wat een mens is. Maar probeer het eens te omschrijven, dat valt niet mee. Want passen ook de ‘niet-standaard gevallen’ in de definitie? Ongeboren baby’s? Iemand die vegeteert of hersendood is? Iemand die zichzelf heeft ingevroren? Iemand die zich niets meer herinnert? Iemand die geen enkel sociaal contact maakt door een zeer zware geestelijke beperking?

Een hele praktische definitie was altijd: een mens is iemand die als kind van twee andere mensen is geboren. Maar die definitie staat door nieuwe medische ontwikkelingen onder druk. Vorig jaar werd in New York een baby geboren met drie ouders. Vanwege een DNA-afwijking van de moeder was een eicel van haar vermengd met de eicel van een donormoeder. Ook kloontechnologieën morrelen aan de deur van de ‘mens definitie’. Was het gekloonde schaap Dolly een echt schaap? Is een gekloond mens een echt mens? En stel dat we in staat zijn om met gentechnologie in een laboratorium een mens te ontwerpen en te maken, is dat dan uiteindelijk hetzelfde als iemand die op natuurlijke wijze is geboren?

Intuïtief zien we een mens als een lichaam met een geest (wat dat ook precies moge zijn). Maar de Italiaanse arts Sergio Canavero bereidt zich voor op de eerste hoofdtransplantatie. Als dat gebeurt, wat is dan de voortzetting van de oude mens? Wie is de eigenaar of erfgenaam van zijn spaargeld? Het oude hoofd met het nieuwe lichaam? Of het oude lichaam zonder hoofd (sorry, het klinkt een beetje luguber). Hoe zit het met een mens van wie het lichaam in belangrijke mate is vervangen door machines en organen van dieren (dit is vandaag de dag al mogelijk) of in een laboratorium gekweekte organen? Een genetische kruising tussen een mens en een aap (ook daar wordt aan gewerkt)? Of een in een laboratorium samengesteld mens? Passen dat soort gevallen in onze definitie van mens-zijn?

Dit zijn geen theoretische vragen. Want een mens heeft rechten waar hij zich op kan beroepen en plichten waar we hem op kunnen aanspreken. Maar dan moeten we wel eerst weten dat het een mens is.