Krimpende bedrijven

We zijn zo gewend aan hoe onze economie is georganiseerd, dat je soms vergeet dat het ook anders kan. In de middeleeuwen bestonden er bijvoorbeeld nog geen grote bedrijven. Kleine boeren en handwerkslieden waren de norm. Vaak werkte de hele familie mee en soms was er nog een knecht in dienst, maar groter dan dat werd het niet.

Met de opkomst van internationale handel en de industriële revolutie kwam daar langzaam verandering in. Schaalvoordelen werden belangrijk. En grote ondernemingen kregen een steeds belangrijkere rol in de economie. Tot voor kort. Want op dit moment lijkt er eerder sprake van een omgekeerde beweging: grote bedrijven zijn aan het krimpen. Ze schrappen arbeidsplaatsen én ze krijgen steeds meer concurrentie van kleine bedrijven. Hoe komt dat?

Automatisering is natuurlijk een belangrijk deel van het antwoord. Maar technologie heeft het ook veel gemakkelijker gemaakt om samen te werken met andere bedrijven en freelancers of zzp’ers. Het is niet langer noodzakelijk om alle activiteiten onder één dak te hebben. Bedrijven richten zich daarom steeds meer op alleen die dingen waar ze echt goed in zijn; de rest besteden ze liever uit. De interne organisatie wordt daardoor minder complex en er zijn minder mensen nodig voor coördinatie en management.

Tegelijkertijd kunnen kleine bedrijven steeds gemakkelijker grote volumes aan. Als een bedrijfsproces volledig geautomatiseerd is, maakt het niet meer uit of je 100 of 100.000 klanten hebt. Voor de uitvoering zijn nauwelijks meer mensen nodig, de belangrijkste kosten zijn marketing en de ontwikkeling van IT-systemen. Waar operationele schaalvoordelen te behalen zijn, kan je die vaak op de markt inkopen. Effectief kunnen samenwerken met business partners is daarbij wel van belang.

Veel aandacht gaat uit naar bedrijven als Google, Facebook en Amazon: relatief jonge bedrijven die enorm groot zijn geworden als gevolg van netwerkeffecten. Ik denk echter dat deze techreuzen eerder de uitzondering dan de regel zijn. De meeste bedrijven worden juist kleiner. Zij specialiseren zich over het algemeen in iets waar ze echt goed in zijn en houden zich niet zozeer bezig met het uitvoeren van bedrijfsprocessen, maar vooral met het ontwikkelen ervan. Bedrijven worden een permanent project! Erg interessant, maar zonder veel stabiliteit en zekerheid.

Als het internet uitvalt

De moderne maatschappij is heel erg afhankelijk van internet geworden. Niet alleen omdat het een niet weg te denken onderdeel is geworden van onze levensstijl, maar vooral omdat het inmiddels een essentiële infrastructuur is voor economie, veiligheid en zorg. Gelukkig nemen veel organisaties voorzorgsmaatregelen om hun data en de toegang tot hun systemen te beschermen. Wat minder aandacht krijgt, is dat de samenleving sterk afhankelijk is geworden van datastromen tussen organisaties. Activiteiten die vroeger om operationele redenen binnen één organisatie moesten plaatsvinden kunnen nu worden ingekocht bij gespecialiseerde toeleveranciers (die op hun beurt weer samenwerken met andere toeleveranciers). Mogelijk gemaakt door het internet, dat alle activiteiten helpt coördineren door het heen-en-weer sturen van data. Stel je voor dat dit dataverkeer tot stilstand komt. Er kunnen geen betalingen meer worden gedaan, je kan niet meer samenwerken met anderen en daardoor vallen bedrijfsprocessen uit elkaar. Zonder dataverkeer loopt de samenleving heel snel vast. Wie maakt zich druk om dat risico, misschien wel één van de grootste van deze tijd (gemeten naar kans en impact)?

De kracht van het idee achter het internet is haar decentrale karakter, waardoor het relatief ongevoelig is voor verstoringen. Als er ergens een server of datalijn uitvalt, nemen andere computers en dataverbindingen het werk over. Het internet is echter lang niet meer zo decentraal georganiseerd als in haar beginjaren. Er zijn grote knooppunten in het netwerk ontstaan (één van de grootste ter wereld staat in Amsterdam), via welke een aanzienlijk deel van het internetverkeer verloopt. Daarmee is de kwetsbaarheid toegenomen. Bovendien zijn er realistische scenario´s denkbaar waarbij zelfs een decentraal georganiseerd internet kan worden platgelegd. Ik denk dan niet aan kapotte kabels en servers, maar aan virussen, ransomware en andere digitale ellende die zich stilletjes over het hele netwerk verspreidt om vervolgens plotseling massaal geactiveerd te worden.

Wat kunnen we tegen het risico van het uitvallen van internet doen? Verzekeren is alleen een oplossing als het om lokale, geïsoleerde problemen gaat. Niet voor een uitval die een groot deel van de samenleving treft. Toepassing van blockchain en de ontwikkeling van een kwantum computer kunnen wellicht op middellange termijn een deel van de problemen voorkomen. Maar tot die tijd is het uitvallen van het internet een reëel risico zonder echte oplossing. Een goed werkend internet is een collectief goed, dat – anders dan de meeste collectieve goederen – niet door een overheid wordt aangeboden maar door een veelheid van organisaties over de hele wereld die zich aan hetzelfde technische protocol conformeren. Er is geen eigenaar. Daarmee is de bescherming van een werkend internet heel iets anders dan de bescherming van je eigen data.

Het zou goed zijn als bedrijven nagaan wat ze kunnen doen als het internet er uit ligt. Organisaties die verantwoordelijk zijn voor cruciale maatschappelijke voorzieningen zouden moeten nadenken of er datastromen zijn die ze liever via private networks dan via het openbare internet willen laten lopen. De overheid heeft een Nationaal Crisisplan ICT opgesteld, waar echter weinig inhoudelijks in staat. Laten we hopen dat men ook plannen met meer diepgang heeft ontwikkeld maar die nog even geheim houdt. Het internet is van iedereen en van niemand. Dat maakt het managen van een eventuele crisis niet eenvoudig. Een beetje voorbereiding kan daarom geen kwaad.