Digitale infrastructuur

Vertrouwen is niet alleen van belang om plezierig samen te leven, maar ook smeerolie voor de economie: als we weten dat iedereen zich aan de spelregels houdt, durven we eerder zaken te doen en hoeven we niet alles te controleren (dat scheelt tijd en geld). De overheid heeft daar belangrijke rol in, bijvoorbeeld door te zorgen voor een goed functionerend rechtssysteem. Nederland staat internationaal bekend als een ‘high trust’ land en dat is een belangrijke pijler onder onze welvaart. We kunnen helaas niet op onze lauweren rusten, want in de digitale wereld staat vertrouwen steeds meer onder druk. In Europees verband is vorig jaar een belangrijke defensieve stap gezet door de introductie van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De digitale wereld heeft echter net als de fysieke wereld ook behoefte aan publieke infrastructuren en nutsfuncties.

Een voorbeeld: wij worden tegenwoordig overal gevraagd om online persoonsgegevens te delen. Mensen worden daar door allerlei schandalen, datalekken en verhalen over identiteitsfraude steeds terughoudender in. Dit is begrijpelijk en verstandig. Maar het leidt er ook toe dat de ontwikkeling van nuttige en bonafide toepassingen op basis van persoonsgegevens wordt afgeremd. Diverse startups hebben oplossingen bedacht waardoor consumenten vanuit een veilige omgeving hun eigen persoonlijke data kunnen beheren en gecontroleerd delen met derden. Die komen alleen in de praktijk nauwelijks van de grond omdat het voor kleine bedrijven moeilijk is om netwerkeffecten te genereren: consumenten willen pas meedoen als er genoeg bedrijven gebruik van maken, bedrijven willen pas aansluiten als er genoeg consumenten meedoen. 

Een BigTech bedrijf zou die netwerkeffecten wellicht wel kunnen realiseren en inderdaad kondigde Microsoft dit voorjaar een ambitieus plan aan voor Decentralized Identity (DID): een veilige en privacy-vriendelijke oplossing voor persoonsgegevens op basis van blockchain technologie. Maar willen wij onze digitale identiteit afhankelijk maken van een commercieel bedrijf als Microsoft? Daarvoor ligt onze ervaring met Facebook en Google, die in het verleden beloftes hebben verbroken omdat ze de verleiding van extra inkomsten niet konden weerstaan, toch te vers in het geheugen. Ziedaar de behoefte aan een oplossing door een partij die handelt vanuit het publieke belang én in staat is om voldoende schaal te creëren. De Nederlandse overheid voldoet aan die criteria, heeft in de vorm van DigiD zelfs al een soort basis gelegd en zou initiatief kunnen nemen voor een nationale oplossing voor veilige online persoonsgegevens.

En zo zijn er nog wel meer manieren te bedenken waarop de overheid een digitale samenleving kan bevorderen die ons vertrouwen waard is. Dit soort overheidsinvesteringen biedt bovendien werk aan innovatieve Nederlandse techbedrijven (Rijkswaterstaat doet ook niet alles zelf) en zal spin-off kansen creëren. Want ook in het buitenland is digitaal vertrouwen relevant. Zeker binnen Europa, dat op datagebied een andere koers heeft gekozen dan China en de Verenigde Staten. Dit is het moment om te investeren in een ‘high trust’ digitale samenleving.