Grenzen aan bezit

Bezit is een recht, maar niet per se rechtvaardig. De verdeling van bezit over mensen en landen is in hoge mate bepaald door wat vorige generaties ons hebben nagelaten. En slechts in beperkte mate door wat wij zelf presteren (en ook dat laatste staat niet los van de mogelijkheden die wij door onze afkomst hebben gekregen). Nu zou die verdeling misschien niet zo’n groot probleem zijn als het bezit van de één, het bezit van de ander niet uitsluit. Als we door technologische vooruitgang straks ook relatief arme mensen van een elektrische auto kunnen voorzien, dan is iedereen blij. Toch?

Er zijn echter ook zaken die altijd schaars blijven, zaken waarvan we niet meer kunnen produceren. En waarvan het bezit door de één, het bezit door de ander dus wel uitsluit. Dat zijn in de eerste plaats land, water en grondstoffen. Veel land en natuurlijke hulpbronnen zijn ooit op minder fraaie wijze in handen gekomen van mensen, bedrijven of landen. Vroeger door kolonisering of verovering op zwakkere groepen. Tegenwoordig door gebruik te maken van zwakke wetgeving, zwakke wetshandhaving, corrupte politici of gewoon ongelijke economische verhoudingen. Denk aan grote zoetwatervoorraden (straks een schaars goed) in Zuid-Amerika die eigendom zijn van rijke westerse investeerders of aan mijnbouwbedrijven die op dubieuze wijze concessies hebben verkregen om grondstoffen te delven. Of aan China dat haar lange termijn belangen probeert veilig te stellen door te investeren in land en grondstoffen in Afrika.

Nu zijn er wel ideeën hoe het anders kan. Communisme bijvoorbeeld, maar dat is natuurlijk grandioos mislukt. Een recent en heel ander idee komt van twee wetenschappers aan de universiteiten van Chicago en Yale: Eric Posner en Glen Weyl. In hun boek ’Radical Markets’ stellen zij dat privébezit in feite tot allemaal grote en kleine monopolieposities leidt, met negatieve gevolgen voor innovatie en economische groei (rechtvaardigheid is niet hun grootste zorg). In plaats daarvan stellen zij voor om voor sommige soorten eigendom (waaronder land), het recht op bezit te vervangen door systeem van permanente veiling, waarbij iedereen kan bieden op het bruikleen van een object (zoals een stuk land of een waterbron). Het eigenaarschap blijft echter collectief, ofwel van iedereen. Het voorstel van Posner en Weyl kent absoluut nog haken & ogen die opgelost moeten worden, maar laat zien dat er serieuze alternatieven zijn voor privébezit, die ook nog eens goed samengaan met een vrije markt economie.

Privébezit van land en andere natuurlijke hulpbronnen houdt welvaartsverhoudingen die in het verleden zijn ontstaan in stand en belemmert economische ontwikkeling. Naarmate de wereldbevolking groeit en grondstoffen opraken, gaat dit een steeds groter probleem worden. Het beperken van privébezit kan een goed idee zijn voor de wereld als geheel, maar doet natuurlijk pijn voor de mensen die nu het meeste hebben. In de geschiedenis werden dit soort fundamentele veranderingen over het algemeen pas doorgevoerd na een gewelddadige revolutie. Het zou fijn zijn als we dat kunnen voorkomen en in staat zijn om via de weg van de geleidelijkheid anders om te gaan met bezit van land, water en grondstoffen. Zoals nu gebeurt met het afschaffen van de hypotheekrente aftrek, maar dan groter. Een beetje lange termijn visie zal erg op prijs worden gesteld door de volgende generaties.