Space Invaders

Landen, maar vooral bedrijven, kijken steeds verder dan onze planeet aarde. Ze denken na over ruimtereizen, vestigingen op de maan, het ontginnen van grondstoffen op Mars. Tegelijkertijd ontstaan er nu al problemen door vervuiling van de ruimte. Oude satellieten en raketstukken zweven doelloos door de atmosfeer en vormen een toenemend gevaar voor het ruimteverkeer. Het wordt drukker in de ruimte en we gaan elkaar steeds meer in de weg zitten. En dat zal onvermijdelijk tot de vraag leiden van wie de ruimte nu eigenlijk is.

Gelukkig is daar al over nagedacht. In 1967 ondertekenden vrijwel alle landen van de wereld het Ruimteverdrag van de Verenigde Naties. In dat verdrag worden grenzen gesteld aan het gebruik van wapens in de ruimte en is afgesproken dat de maan en planeten niet door een land kunnen worden geclaimd. Dat laatste lijkt op het zeerecht: ook de oceanen zijn van niemand en dus van iedereen. We weten echter waar dat toe heeft geleid: overbevissing en plastic soep.

Wat kunnen we daarvan leren voor de aanstaande avonturen in de ruimte? Waarschijnlijk dat een ‘zeerecht-achtig’ verdrag onvoldoende is. Dat meer specifieke afspraken nodig zijn over welk gedrag in de ruimte wel en niet OK is. En ook het handhaven van gemaakte afspraken vormt een uitdaging in een tijd dat internationale verdragen met het grootste gemak worden opgezegd.

Het beschermen van de ruimte lijkt letterlijk een ‘ver van ons bed show’. Maar de ontwikkelingen gaan harder dan de meesten van ons zien. En er is op dit moment weinig zekerheid dat we niet alle fouten die we in het verleden op aarde hebben gemaakt, in de ruimte weer gaan herhalen. Zoals het nu gaat, zou het exploiteren van de maan als een gigantisch reclame billboard (een populair science fiction scenario) binnenkort zomaar werkelijkheid kunnen zijn.