Quantum risk

Techbedrijven (Google, Microsoft, IBM) en universiteiten (waaronder Delft) zijn druk bezig met de ontwikkeling van een quantum computer. De rekenkracht van zo’n nieuw soort computer is fenomenaal: op basis van schattingen van Google honderd miljoen keer groter dan de computers die we nu gebruiken. Zo’n enorme rekenkracht heeft grote voordelen, bijvoorbeeld voor het genezen van ziektes. De quantum computer is een zeldzaam voorbeeld van een echte doorbraak innovatie. De meeste innovaties zijn een stapsgewijze verbetering van een bestaande technologie. Omdat het verschil tussen nieuw en oud beperkt is, wordt die laatste niet meteen waardeloos. De quantum computer is echter een ongekende sprong voorwaarts, waar bestaande technologie in het geheel niet mee kan concurreren. En dat leidt tot uitdagingen waar we nauwelijks ervaring mee hebben.

Voor een quantum computer is het bijvoorbeeld een koud kunstje om onze wachtwoorden en beveiligingscodes te kraken. Niet alleen van je Facebook account, ook die van de app van je bank of een bitcoin wallet. Dat is nogal wat, als je hele online bestaan ineens onbeschermd is. Om de grootste paniek meteen weer weg te nemen: het duurt nog wel even (10 jaar? 15 jaar?) voordat die quantum computer het laboratorium ontgroeit. En er wordt momenteel ook al gewerkt aan nieuwe encryptie en beveiligingscodes die zo complex zijn, dat ze zelfs door een quantum computer niet gekraakt kunnen worden. Maar het is de vraag of dat laatste snel genoeg gaat. En of die nieuwe beveiligingstechnologie wel voor iedereen beschikbaar is zodra de eerste quantum computer operationeel wordt.

Stel dat de ontwikkeling of uitrol van de nieuwe beveiligingstechnologie niet snel genoeg gaat, dan ontstaat er straks een enorme ongelijkheid tussen mensen die de beschikking hebben over de eerste echte quantum computer en zij die dat niet hebben. De eerste groep is dan in staat om toegang te krijgen tot alle online gegevens van de tweede groep en kan daarmee in feite doen wat zij wil.

Moeten we dit accepteren? Of moet de overheid hier een vrij unieke ingreep doen en de toepassing van deze innovatie aan banden leggen? En als we dat al willen, kán de overheid dat eigenlijk wel? Is daar geen (vrijwel onmogelijk te organiseren) wereldwijde samenwerking voor nodig? Of is het mogelijk om ervoor te zorgen dat iedereen tegelijkertijd toegang krijgt tot een quantum computer? Of moeten we op tijd onze online activiteiten voor de zekerheid maar weer offline gaan organiseren?

Deze vragen zijn zo ingewikkeld dat een periode van 10 of 15 jaar om erover na te denken en tot een oplossing te komen, helemaal niet zo lang is.