Ongemakkelijke solidariteit

Pensioenen staan onder druk. Overheden verhogen de pensioenleeftijd omdat mensen steeds ouder worden. Tegelijk laten pensioenfondsen pensioenrechten minder stijgen dan de inflatie. Waarbij van mooie regelingen uit het verleden, zoals de eindloonregeling, vroegpensioen (VUT) en waarde garanties, allang geen sprake meer is. Gepensioneerden en bijna-gepensioneerden zijn daar natuurlijk niet blij mee. En daarom oefenen ze druk uit om hun pensioen op peil te houden. Maar wie gaat dat betalen? Als het de ouderen niet zijn, dan hoogstwaarschijnlijk de jongeren. Die zijn als het om pensioenen gaat bovendien een gemakkelijke prooi, omdat ze daar nog nauwelijks mee bezig zijn.

Jonge mensen hebben het echter zelf ook niet eenvoudig. De zekerheid van een vaste baan kennen zij nauwelijks meer. Veel jongeren leven in een wereld van nulurencontracten en tijdelijke baantjes, vaak als ZZP’er waarbij ze helemaal geen pensioen opbouwen. Hun inkomen staat vaak in geen verhouding tot wat ouderen verdienen of als pensioen ontvangen. Omdat ze op een ander moment zijn geboren, profiteren ze niet mee van de rechten die ouderen hebben opgebouwd en verworven. En via de zorgverzekering betalen ze onder het mom van solidariteit flink mee aan de veel hogere medische kosten van ouderen.

Wie moet nu wie helpen? De jongeren de ouderen of omgekeerd? Als er door structurele demografische en technologische factoren een eerdere verwachting niet haalbaar blijkt, dan is het niet eerlijk om de rekening daarvoor bij één bepaalde groep te leggen. Ouderen zullen eraan moeten wennen dat hun pensioenen lager zijn dan verwacht, jongeren zullen moeten accepteren dat hun carrièreperspectief minder mooi is dan dat van hun ouders vroeger. En laten we hopen dat over veertig jaar de zorgkosten van de jongeren van nu kunnen worden betaald door de generatie van hun kinderen.