Natuurbescherming, waarom?


Veel mensen maken zich zorgen dat de natuur wordt bedreigd. Dat oerwoud wordt gekapt, de zee verandert in plastic soep en diersoorten uitsterven. Maar waarom vinden we dat eigenlijk erg? Er zijn verschillende impliciete motivaties voor, die echter tot hele andere manieren kunnen leiden om de natuur te beschermen.

De natuur als doel op zich
Sommige mensen zien de waarde van de natuur in het grote, alles omspannende systeem. Zij willen de natuur zoveel mogelijk in haar oorspronkelijke staat behouden. De mens zou moeten fungeren als een onderdeel van het ecosysteem, en zoals alle organismen geven en nemen zonder het systeem zelf uit evenwicht te brengen. Mensen met deze opvatting hechten meer waarde aan een oerbos dan een door de mens aangelegd natuurgebied. Ze accepteren dat de natuur blind is voor de belangen van individuele dieren of mensen. Deze visie is vaak geworteld in een spiritueel gevoel dat alles met alles samenhangt en dat wij onlosmakelijk verbonden zijn met alles dat bestaat: de natuur of, zo je wilt, de kosmos. De mens staat niet boven de natuur, maar is er onderdeel van. Deze opvatting vertaalt zich in ontzag en respect voor de natuur zoals die is. En vanuit dat respect moet de mens de natuur niet verstoren, laat staan kapot maken.

Het gaat om het leven
Een visie die hier op het eerste gezicht op lijkt, is nadruk leggen op de waarde van leven. Mensen die deze overtuiging aanhangen, vinden echter niet zozeer de natuur als systeem van belang, maar in de eerste plaats de wezens die erin leven. Waarbij ‘hogere’ organismen, zoals zoogdieren vaak als waardevoller worden gezien dan bijvoorbeeld insecten of planten. Dit zijn de mensen die het eigenlijk niet over hun hart verkrijgen dat wilde paarden verhongeren in de Oostvaardersplassen, hoe ‘natuurlijk’ dat ook mag zijn. Maar die anderzijds niet wakker liggen van het uitsterven van onbekende plantensoorten. En voor wie er geen principieel verschil bestaat tussen ‘echte’ en gemaakte natuur. Waarom? Het antwoord is empathie. Vanuit de evolutie willen we niet alleen ons eigen belang dienen, maar ook dat van de groep. Daarom heeft de natuur ervoor gezorgd dat we ons kunnen inleven in de gevoelens van anderen. Niet alleen in die van mensen, maar ook in die van dieren waarvan we de emoties herkennen. Hoe minder we ons met een dier kunnen identificeren, hoe minder empathie we ervoor voelen. Hoe het met een vlieg gaat kan ons daarom eigenlijk niets schelen. Dat heeft niets te maken een objectief waardeverschil tussen het leven van een vlieg of dat van een paard. Het zegt alleen iets over onszelf.

Welzijn van de mens
Een derde benadering is om de natuur te willen beschermen omdat dat in het voordeel is van de mens. Een ecosysteem als de Amazone is een schatkamer van potentiële medicijnen. Overbevissing nu leidt tot honger straks. CO2-uitstoot brengt klimaatrisico’s met zich mee die de bestaanszekerheid van miljarden mensen bedreigen.  En daarom, zo vinden veel mensen, moeten we de natuur beschermen. Ons welzijn hangt ervan af. Vanuit menselijk nut bezien, is er echter niets tegen legbatterijen. En de wens om de groeiende wereldbevolking te voeden, kan een reden zijn om bos te veranderen in landbouwgrond. De mens is het doel, de natuur is een middel. En in die zin niet anders dan technologie.

Drie visies, drie motivaties om de natuur te beschermen. Vaak lopen ze door elkaar in de oordeelsvorming van mensen. Nu de impact van het menselijk handelen op de natuur echter groter wordt dan ooit (denk aan het klimaat, maar ook aan genetische manipulatie) kunnen de drie visies wel tot hele andere beslissingen leiden over hoe om te gaan met de natuur. Moet alles zoveel mogelijk ongerept worden gelaten, moeten we vooral rekening houden met nu levende dieren of moeten we kijken vanuit het menselijk belang? En als alle drie de visies relevant zijn, hoe komen we dan tot een balans? Zolang we niet goed weten WAAROM we de natuur willen beschermen, weten we eigenlijk ook niet goed HOE we dat moeten aanpakken…