Hoger onderwijs voor de toekomst

De manier waarop we jongvolwassenen onderwijs geven is vrijwel hetzelfde als 30 jaar geleden. En dat is gek, want er is inmiddels veel veranderd. Bijvoorbeeld op de arbeidsmarkt, het uiteindelijke doel van hoger onderwijs. Door de steeds snellere technologische ontwikkeling veranderen sommige beroepen onherkenbaar (agrariër?), andere verdwijnen zelfs helemaal (administratief medewerker?). En nieuwe beroepen ontstaan, met specifieke eisen aan kennis en vaardigheden (robot trainer?).

Onderwijsinstellingen richten zich op de arbeidsvraag zoals die nu is. Dat is echter niet goed genoeg. Een opleiding kost gemiddeld een jaar of vijf, we zouden studenten daarom minimaal kennis en vaardigheden moeten meegeven die op het moment van hun afstuderen relevant zijn. En eigenlijk is een horizon van vijf jaar nog veel te kort, een opleiding is immers een investering voor de middellange termijn. Vijftien jaar lijkt daarom reëler. En als we kijken naar de wereld in 2032, hoe houden we dan vandaag in ons onderwijs aan studenten accountancy of notariaat rekening met de opkomst van de blockchain? Heeft het nog zin marketingstudenten te onderwijzen in de traditionele 4 P’s, die niet passen bij online business (het schijnt nog steeds te gebeuren)?

Het alternatief, een toekomstgericht onderwijsaanbod, is niet eenvoudig. Het vraagt om visie en het vermogen om snel op nieuwe inzichten in te spelen. Dat laatste vinden veel onderwijsinstellingen lastig. Het kost in de huidige manier van werken veel tijd om een nieuwe opleiding te ontwikkelen of een bestaande aan te passen. Het bedrijfsleven is de afgelopen decennia afgestapt van ‘alles zelf doen’ naar slim uitbesteden en assembleren. Veel onderwijsinstellingen zitten echter nog op het productiemodel van de vorige eeuw en dat is niet handig. Je kan immers niet overal de beste in zijn. Het zou bijvoorbeeld zomaar kunnen dat Stanford of MIT beter studiemateriaal hebben ontwikkeld op het gebied van data modellering. Instellingen zouden slim gebruik moeten maken van door anderen ontwikkelde (online) opleidingsmodules, bijvoorbeeld de bekende MOOC’s, en die aanvullen met offline begeleiding en zelf ontwikkelde vakken en casestudies. Op die manier zou veel sneller een opleiding samengesteld kunnen worden. Financieel kan het interessant zijn om aan de andere kant zelf ontwikkelde content (online colleges en ondersteunende materialen, examenvragen, cases, databestanden) aan te bieden aan andere instellingen. Een dergelijke marktplaats voor educatieve content leidt tot hogere kwaliteit en lagere kosten dan wanneer alles zelf wordt gemaakt. En maakt het ook nog eens gemakkelijker om maatwerk opleidingen te leveren voor mensen met een specifiekere behoefte dan die van de gemiddelde student van 18 jaar oud. Het model van ‘kennis opdoen tot je 25e, kennis toepassen tot je 65e’ is achterhaald. Waarom spelen onderwijsinstellingen geen grotere rol in het bijscholen van mensen met werkervaring?

Onderwijs moet bij uitstek toekomst-georiënteerd zijn. En dat vraagt om innovatie in het ontwikkelen van de leerstof. Een uitdaging, maar ook een mooie kans om je als onderwijsinstelling te onderscheiden van de rest!