Creatief werk is om te delen

Bedrijven vechten elkaar de tent uit over vermeende schendingen van patenten. Auteursrechtenorganisaties willen iedereen aanpakken die zonder te betalen films en muziek downloadt. Tegelijk is het door internet steeds gemakkelijker geworden om beelden, geluid, software, ontwerpen, ideeën en wetenschappelijke inzichten te kopiëren en distribueren. En bouwt onze creativiteit steeds meer voort op de creativiteit van anderen. Door het gebruik van muzieksamples, het bewerken van foto’s of het doorontwikkelen van een wetenschappelijk inzicht. Andy Warhol is er zelfs een hele nieuwe kunststroming mee begonnen. Ook veel mensen en bedrijven die intellectueel eigendom claimen, hadden hun creaties nooit kunnen maken zonder zelf voort te borduren op het werk van voorgangers.

Intellectueel eigendom van een niet-fysieke creatie is minder vanzelfsprekend dan het eigendom van een telefoon, auto of huis. Want niet-fysieke dingen kan je kosteloos kopiëren. Iemand anders kan het ook gebruiken zonder dat jij het kwijtraakt. Fantastisch toch? Is er dan eigenlijk wel sprake van een belangentegenstelling tussen de maker en de kopieerder of gebruiker? Volgens de wet wel. Bescherming van intellectueel eigendom (copyright, patenten, auteursrecht) is in de achttiende en negentiende eeuw ontstaan met als doel creatief werk te bevorderen door de makers ervan een garantie te geven dat zij ervan kunnen profiteren. Niet omdat de wetgevers hen per se wilden helpen om rijk te worden. Het doel van deze wetten was om de productie van creatief werk te stimuleren, in het belang van de samenleving.

Het is echter sterk de vraag of deze wetgeving uit de negentiende eeuw nog steeds de beste oplossing vormt voor de eenentwintigste eeuw waarin we nu leven. Ik denk dat de doorontwikkeling en verbetering van creatief werk er nodeloos door wordt belemmerd. Er zijn bovendien inmiddels mogelijkheden denkbaar om creatief werk gratis ter beschikking te stellen, maar er toch aan te verdienen. In de software en entertainment wereld zijn daarvan genoeg voorbeelden. En tot slot hebben mensen lang niet altijd een financiële motivatie nodig om nieuwe dingen te bedenken. Sommige activiteiten die nu in het commerciële domein plaatsvinden zouden ook in het privédomein of in het publieke domein kunnen gebeuren. We moeten door gevestigde belangen heen durven prikken om wetten aan te passen aan de wereld van nu.